Roosendaal, 3 april 2025
Geachte burgemeester Buijs,
Op maandag 31 maart jl. stond er een afspraak tussen ons gepland. Ondanks uw verlate aankomst hebben wij elkaar alsnog gesproken.
Omdat u relatief nieuw bent in deze kwestie, licht ik – ook ten behoeve van de lezers – de context van ons gesprek graag toe.
Na een jarenlange strijd heeft de gemeente Roosendaal uiteindelijk erkend dat ik ernstig ben benadeeld. Deze erkenning volgde pas na een extern deskundigenrapport. Uw ambtenaren beweerden jarenlang dat ik de feiten verdraaide, maar ik kreeg gelijk. Ik vind het zorgwekkend dat deze gang van zaken zo lang heeft kunnen voortduren. Ik ga ervan uit dat u intern onderzoekt hoe dit heeft kunnen gebeuren en, indien daarbij verwijtbaar handelen wordt vastgesteld, gepaste maatregelen neemt.
Om tot een oplossing te komen, werd een mediator aangesteld. Zowel deze mediation als de externe expertise waren naar mijn mening overbodig geweest als de gemeente mij vanaf het begin correct had behandeld. De daarmee gemoeide kosten worden uiteindelijk gedragen door de belastingbetaler.
Tijdens de mediation kwam ook een tweede kwestie aan bod: mijn vergunningsaanvraag van januari 2022 voor werkzaamheden aan de voorzijde van het rijksmonument Villa Mariahove (de voormalige muziekschool aan de Burgerhoutsestraat 12). Dit pand, destijds zwaar verwaarloosd door de gemeente en vrijwel afgebrand door een ondeugdelijke elektrische installatie, heb ik gekocht en volledig gerenoveerd – zonder daarvoor ooit een blijk van waardering te ontvangen.
De vergunningsprocedure verliep uiterst stroef. Uw gemeente stelde talloze aanvullende eisen, vroeg herhaaldelijk om fysieke aanwezigheid en weigerde de vergunning toen ik daar niet op inging – ondanks dat ik mijn standpunten uitgebreid en zorgvuldig schriftelijk had onderbouwd.
Tijdens deze procedure is een advies van de concerncontroller uitgebracht aan voormalig burgemeester Han van Midden, gedateerd 26 juli 2022:
“Op 22 maart 2022 is vanuit de gemeente een verzoek om aanpassingen in de vergunningaanvraag gedaan… Betrokkene weigert bij mail van 26 april jl. echter op beide verzoeken in te gaan… Aangezien het een rijksmonument betreft, geldt een uitgebreide procedure… Overigens gelden in deze geen fatale beslissingstermijnen.”
En belangrijker:
“Advies: Een laatste keer verzoeken om een afspraak te maken, eventueel ter plaatse van het pand met de gemeente en de rijksdienst. Als hij blijft weigeren, dan vergunningaanvraag afwijzen.”
Han van Midden volgde dit advies niet en ging direct over tot afwijzing, zonder mij eerst die in het advies genoemde laatste mogelijkheid te bieden. Mijn klacht hierover werd niet in behandeling genomen. Ook de Commissie Ombudsman – waardoor mijn klacht niet bij de Nationale Ombudsman terechtkwam – heeft de kwestie niet onderzocht.
Deze handelswijze heeft mij veel tijd, energie en geld gekost. Er is, voor zover ik weet, nooit een interne melding gedaan van een “vermoeden van niet-integer gedrag” met betrekking tot deze gang van zaken. Ik heb daar meermaals naar gevraagd. Een inhoudelijk antwoord daarop heb ik niet gekregen.
Pas na de uitkomst van het externe rapport veranderde de houding van uw gemeente. Dezelfde vergunning, waarvoor ik jarenlang was tegengewerkt, leek ineens geen probleem meer. De communicatie laat zien hoe een van uw topambtenaren zelfs actief meewerkte aan een oplossing. Ook het verzoek om mijn hoger beroep in te trekken en de suggestie van “route 3” van de mediator – een discrete regeling – ondersteunen naar mijn mening mijn lezing dat ook de vergunning onderdeel was van de beoogde oplossing.
Toch stelde u tijdens ons gesprek dat daarover nooit iets was toegezegd.
Dat roept bij mij een eenvoudige vraag op:
Waarom was die vergunning plotseling geen probleem meer, terwijl daarvoor alles in het werk was gesteld om haar niet te verlenen?
Uiteindelijk besloot uw gemeente tot een nieuwe terinzagelegging. Ik waarschuwde vooraf dat dit opnieuw tot problemen zou leiden, omdat een Roosendaalse inwoner – die ik eerder had aangesproken op zijn functioneren – naar mijn verwachting bezwaar zou maken. Dat is inmiddels gebeurd. De vergunning ligt nu bij de rechter.
Als dit uiteindelijk leidt tot het niet in stand blijven van de vergunning, veroorzaakt dat opnieuw forse financiële schade voor mij. En dat terwijl ik tijdens de mediation akkoord ben gegaan met een regeling in de verwachting dat ook deze kwestie zou worden opgelost.
Mocht blijken dat die verwachting bij mij is gewekt terwijl binnen de gemeente bekend was dat deze oplossing niet kon of zou worden gerealiseerd, dan vind ik dat buitengewoon ernstig. Dan rijst bovendien de vraag of mij bij het sluiten van de overeenkomst een juist en volledig beeld is gegeven.
Daarom stel ik u de volgende vragen:
1. Kunt u bevestigen dat ik mijn mening over het handelen van de gemeente mag publiceren, inclusief objectieve documenten die ik via Wob- en Woo-procedures heb verkregen?
De VSO legt mij een geheimhoudingsplicht op. Ik heb ernstige bezwaren tegen een geheimhoudingsbepaling voor zover die eraan in de weg zou staan dat mogelijke misstanden of onjuist overheidshandelen aan de hand van authentieke overheidsdocumenten publiekelijk aan de orde worden gesteld.
Ik verzoek u daarom concreet aan te geven welke informatie volgens de gemeente onder de geheimhoudingsbepaling valt en op welke grond openbaarmaking daarvan volgens u niet zou zijn toegestaan.
2. Wat is uw oordeel over de handelwijze rond het advies van de concerncontroller van 26 juli 2022?
Bent u bereid te laten onderzoeken waarom het expliciete advies om mij nog eenmaal uit te nodigen voor een gesprek – eventueel ter plaatse en samen met de Rijksdienst – niet is gevolgd en waarom vervolgens direct tot afwijzing van mijn vergunningaanvraag is overgegaan?
En bent u, indien uit dat onderzoek daartoe aanleiding blijkt, bereid te beoordelen of sprake kan zijn geweest van een vermoeden van niet-integer handelen?
U bent als burgemeester belast met het bevorderen van de bestuurlijke integriteit van de gemeente. Ik heb u hierboven concrete, controleerbare feiten en documenten voorgelegd.
Na alles wat inmiddels is gebeurd, verwacht ik daarom niet alleen een algemene reactie, maar een inhoudelijk antwoord op bovenstaande vragen.
Zodra duidelijkheid bestaat over de reikwijdte van de geheimhoudingsplicht, zal ik de vragen die ik aan uw ambtenaren heb alsnog stellen – openlijk en onderbouwd. Uiteraard zal ik ook hun antwoorden publiceren, mocht die er komen.
Mijn doel daarmee is eenvoudig: zoveel mogelijk aan de hand van de oorspronkelijke documenten inzichtelijk maken wat er is gebeurd.
Een integere en transparante overheid moet tegen die openheid kunnen.
Met vriendelijke groet,
Bart Nibbering