Geachte leden van de gemeenteraad,

 Ik zal deze en volgende brieven voortaan beginnen met een disclaimer:

Disclaimer

Ieder individueel lid van de gemeenteraad vervult zijn functie op grond van artikel 15 Gemeentewet zonder last en draagt een eigenstandige verantwoordelijkheid voor de controle op het college van B en W (artikelen 169 en 180 Gemeentewet). Deze controlerende taak is persoonlijk en kan niet worden overgedragen aan fractie, coalitie of college. Wanneer vanuit het college aanwijzingen of instructies worden gegeven om signalen van een burger niet inhoudelijk te behandelen of terzijde te leggen, is het aan ieder raadslid afzonderlijk om zelfstandig te beoordelen of dat verenigbaar is met zijn wettelijke taak. Het zonder eigen afweging volgen van dergelijke instructies staat op gespannen voet met de controlerende rol die de wet aan de gemeenteraad toekent.

Aanstaande donderdag was ik voornemens opnieuw specifieke besluiten en gedragingen te bespreken die plaatsvonden onder de bestuurlijke verantwoordelijkheid van achtereenvolgens wethouder Koenraad (GroenLinks), wethouder Van der Star (VLP), voormalig burgemeester Van Midden (VVD) en huidig burgemeester Buijs (VVD)

Na heroverweging heb ik echter besloten de focus te verleggen.

U bent immers al jarenlang bekend met de gang van zaken en doet er niets mee. Het lijkt me verspeelde energie om dit nogmaals bij u als gemeenteraad onder de aandacht te brengen. Ik zal het voor de volledigheid uitschrijven voor buitenstaanders.

Ten aanzien van mevrouw Koenraad (Groen Links) geldt dat zij in 2018 als raadslid beschikte over alle relevante financiële gegevens rond de verkoop van Villa Mariahove. Desondanks is er destijds geen gebruik gemaakt van de controlerende bevoegdheden van de raad. In haar latere rol als wethouder heeft zij medeverantwoordelijkheid gedragen voor besluiten die mij rechtstreeks hebben geraakt, waaronder het toegangsverbod tot het gemeentehuis, het afwijzen van een woonbestemming – tegen ambtelijk advies in en zonder kenbare motivering – en het recent afwijzen van mijn aansprakelijkstelling.

Ten aanzien van mevrouw Van der Star (VLP) geldt dat ook zij als wethouder medeverantwoordelijk was voor deze besluiten. Daarnaast heb ik haar herhaaldelijk verzocht melding te doen van vermoedens van niet-integer handelen binnen het college. Op deze verzoeken is structureel geen inhoudelijke reactie gevolgd. Tevens maakte zij deel uit van het college dat recent mijn aansprakelijkstelling heeft afgewezen met betrekking tot de schade rond de omgevingsvergunning. De fractie VLP was reeds sinds 2018 volledig op de hoogte van de onderliggende problematiek. Ook door de heer Raggers zijn meerdere e-mails van mij onbeantwoord gebleven. T

Voormalig burgemeester Van Midden (VVD) droeg als voorzitter van het college de eindverantwoordelijkheid voor de destijds genomen besluiten en voor het structureel uitblijven van inhoudelijke toelichting en motivering daarvan.

Huidig burgemeester Buijs (VVD)  draagt bestuurlijke verantwoordelijkheid voor het recente besluit tot afwijzing van mijn aansprakelijkstelling.

Wat echter zwaarder weegt dan deze individuele verantwoordelijkheden, is dat u als raad al geruime tijd met deze feiten en omstandigheden bekend bent. Desondanks is geen gebruik gemaakt van uw bevoegdheid op grond van artikel 155a Gemeentewet om zelfstandig onderzoek in te stellen naar het door het college gevoerde bestuur. Op mijn recente schriftelijke verzoek om deze bevoegdheid aan te wenden, is door u als collectief geen inhoudelijke reactie gegeven.

Dat gegeven acht ik staatsrechtelijk relevanter dan de afzonderlijke besluiten zelf.

We zullen 18 maart zien wat de kiezer denkt van het gedrag van deze bestuurders.

 

Uw gemeenteraad reageert sinds 2018 structureel niet inhoudelijk op mijn signalen. Ook recent zet deze lijn zich onverminderd voort.

Mogelijk is voor u niet geheel duidelijk wat ik probeer over te brengen. Daarom heb ik besloten mijn standpunten voortaan zo eenvoudig en helder mogelijk te formuleren — in begrijpelijke taal, zonder omwegen.

Mocht het dan nog steeds lastig zijn, dan kunt u altijd iemand vragen die het vak “begrijpend lezen” beheerst.

Stelt u zich het volgende voor.

Uw gloednieuwe auto, met een waarde van circa twee ton, staat geparkeerd voor uw woning. Uw buurman rijdt tegen uw auto aan en deze raakt total loss. Wanneer u hem daarop aanspreekt, verklaart hij direct dat hij niet aansprakelijk is — nog voordat u uw verhaal of argumenten heeft kunnen toelichten.

Gelukkig hebben 35 agenten het ongeval zien gebeuren. U wendt zich tot hen voor hulp; zij hebben immers de wettelijke taak toezicht te houden en op te treden waar nodig. Tot uw verbazing weigeren alle 35 in te grijpen of zelfs maar naar uw uitleg te luisteren.

In deze vergelijking staat de buurman voor het College van B en W.

De schade aan de auto staat voor het intrekken van mijn woonbestemming, nadat bij de oorspronkelijke toekenning een procedurefout is gemaakt door de gemeente.

En de 35 agenten staan voor de gemeenteraad van Roosendaal, die de wettelijke taak heeft het college te controleren.

Ik hoop dat u het nu kunt begrijpen. U mag mij, als het nog niet duidelijk is, op 5 maart na de zeepkist persoonlijk aanspreken en ik leg het voor de derde keer uit.

Met betrekking tot dit punt heb ik besloten een bodemprocedure te starten. Indien dit het bestuurlijke standpunt is van burgemeester Buijs en het college, acht ik het aangewezen de kwestie ter beoordeling aan de rechter voor te leggen.

Ik zal de rechtbank daarbij verzoeken zich uit te spreken over de rechtmatigheid van de genomen besluiten en over de wijze waarop mijn signalen bestuurlijk zijn behandeld, ook door uw gemeenteraad.

Hoewel ik mijn tijd en middelen liever anders besteed, zie ik op dit moment geen andere route om tot een onafhankelijke beoordeling te komen.

Wat mij betreft is dit punt daarmee bestuurlijk afgerond en zal de verdere beoordeling plaatsvinden in rechte.

Donderdag wil ik daarnaast uw aandacht vragen voor de vaststellingsovereenkomst (VSO) die in 2023 met mij is gesloten ter beëindiging van de discussies rond de aankoop van Villa Mariahove. Bij nader inzien kan ik bij het aangaan van die overeenkomst een inschattingsfout hebben gemaakt.

De onderhandelingen namens de gemeente Roosendaal werden gevoerd door mevrouw Mirjam Duyser. Zij trad daarbij op als extern adviseur met aanzienlijke bestuurlijke en juridische ervaring.

U weet dat ik sinds 2022 trachtte een omgevingsvergunning met woonbestemming te verkrijgen. Naar mijn overtuiging is dit traject aanzienlijk bemoeilijkt door besluitvorming binnen het college. De aanvraag is afgewezen zonder voor mij kenbare inhoudelijke motivering, tegen ambtelijk advies in. Pas via een WOO-procedure kreeg ik inzicht in de gang van zaken. Tot op heden ontbreekt een inhoudelijke toelichting op de gemaakte keuzes.

Tijdens de onderhandelingen over de VSO door mevr. Duyser werd het alsnog verkrijgen van de betreffende omgevingsvergunning expliciet onderdeel van de besprekingen. Dat dit onderwerp onderdeel was van de onderhandeling kan ik onderbouwen.

Mijn schade rond Villa Mariahove bedroeg circa €500.000. Het verkrijgen van de woonbestemming zou naar verwachting een waardevermeerdering van ongeveer €200.000 betekenen. Gemeente Roosendaal bood me € 250.000. In dat licht heb ik destijds ingestemd met een regeling waarbij niet de volledige schade werd vergoed, mede omdat ik erop vertrouwde dat het vergunningstraject alsnog tot een oplossing zou leiden. Ik heb ook verder geen punt gemaakt van bepalingen omtrent geheimhouding en overige verplichtingen, waarover ik tijdens de onderhandelingen reeds kritische vragen heb gesteld.  Ik wilde af van alle negatieve energie en vond de schadevergoeding in combinatie met het alsnog verlenen van die omgevingsvergunning voldoende.

Recent is de verleende omgevingsvergunning door de bestuursrechter vernietigd, als gevolg van een procedurefout aan gemeentelijke zijde. Dat gegeven op zichzelf behoeft geen escalatie; bestuurlijke fouten kunnen worden hersteld.

Wat echter fundamenteel is, is het volgende. Het college stelt thans dat het alsnog verkrijgen van de vergunning nimmer onderdeel is geweest van enige toezegging of onderhandeling. Indien dat standpunt juist is, dan rijst de vraag hoe ik destijds tot de overtuiging kon komen dat dit wél onderdeel was van de bereikte regeling.

Dat plaatst mij voor een principiële kwestie.

Indien er geen bestuurlijke toezegging lag, dan moet worden onderzocht op welke grondslag ik de VSO heb ondertekend en of mijn veronderstellingen destijds juist waren. Dat is geen emotionele constatering, maar een juridische.

De door mij ingediende WOO-verzoeken om volledige inzage in de totstandkoming van deze VSO zijn afgewezen. Dat bemoeilijkt het verkrijgen van duidelijkheid, maar verandert niets aan de noodzaak om deze kwestie zorgvuldig te laten beoordelen.

En mocht u denken dat ik het spoor een beetje bijster ben, uit de expertise omtrent de verkoop van Villa Mariahove aan mij wordt geconcludeerd dat een derde partij, een makelaar, volledig verantwoordelijk was voor het bewust achterhouden van essentiële informatie en het bewust overhandigen van een incompleet rapport waarin de geschatte kosten van herstel van de brandschade tonnen lager waren. Mijn gedachte is dus niet vreemd, het is al eens gebeurd, en zou zich hier kunnen hebben herhaald.

Tot op heden heb ik mevrouw Duyser zesmaal per e-mail verzocht om nadere toelichting op haar rol en het kader waarbinnen de onderhandelingen over de VSO hebben plaatsgevonden. Op deze verzoeken heb ik geen inhoudelijke reactie ontvangen, hetgeen ik opmerkelijk acht.

Indien het juist is dat bepaalde toezeggingen die voor mij doorslaggevend waren bij het ondertekenen van de VSO niet binnen haar mandaat vielen, dan is sprake van een fundamentele kwestie. De veronderstelling dat het vergunningstraject onderdeel uitmaakte van de bereikte regeling heeft immers mede geleid tot mijn instemming met een schadevergoeding die substantieel lager lag dan mijn oorspronkelijke claim.

Gelet hierop zie ik mij genoodzaakt verdere stappen te overwegen. Ik zal mijn advocaat verzoeken deze kwestie te beoordelen en mevrouw Duyser formeel te vragen haar mandaat en bevoegdheden ten tijde van de onderhandelingen inzichtelijk te maken. Indien daarop geen duidelijkheid volgt, zal ik overwegen de zaak aan de civiele rechter voor te leggen, teneinde te laten beoordelen of haar handelen tot financiële schade aan mijn zijde heeft geleid.

Mocht uit een onafhankelijke beoordeling blijken dat er geen bestuurlijke toezegging of mandaat ten grondslag lag aan mijn veronderstellingen destijds, dan zal ik mijn conclusies trekken en waar nodig mijn woorden richting het college heroverwegen. Zorgvuldigheid vereist dat verantwoordelijkheid wordt genomen waar die hoort.

Indien zou blijken dat mevrouw Duyser wél handelde binnen een door het college verstrekt mandaat en dat de betreffende toezeggingen onderdeel vormden van het gemeentelijke onderhandelingsbeleid, dan ontstaat een wezenlijke bestuurlijke vraag.

In dat geval rijst immers de vraag hoe het huidige standpunt van het college zich verhoudt tot de wijze waarop de VSO destijds tot stand is gekomen. Dat zou betekenen dat mijn veronderstellingen bij het aangaan van de overeenkomst niet op een misvatting berustten, maar op een bestuurlijke handelwijze waarvoor het college verantwoordelijkheid draagt.

In een dergelijke situatie ligt het naar mijn mening op de weg van de gemeenteraad om haar controlerende taak conform de Gemeentewet serieus te nemen en – indien daartoe aanleiding bestaat – gebruik te maken van haar onderzoeksbevoegdheden. Dat is geen politieke oproep, maar een staatsrechtelijke consequentie.

Mocht blijken dat bestuurlijke besluitvorming structureel anders is gepresenteerd dan feitelijk het geval was, dan zal ik mij beraden op verdere stappen binnen de daarvoor geëigende juridische en bestuurlijke kaders. Transparantie en onafhankelijke toetsing zijn dan noodzakelijk.

Mijn inzet is niet escalatie, maar duidelijkheid. Wat mij betreft verdient dit dossier een zorgvuldige en onafhankelijke beoordeling, zodat definitief kan worden vastgesteld hoe de feiten zich verhouden tot de ingenomen standpunten.

2 punten wil ik u nog onder de aandacht brengen:

  1. Mogelijke instructies om niet te reageren

Mij heeft het signaal bereikt dat binnen de raad instructies zouden zijn gegeven om mijn correspondentie niet inhoudelijk te behandelen. Indien dat juist zou zijn, zou dat een opmerkelijke bestuurlijke situatie opleveren, nu de raad op grond van de Gemeentewet een zelfstandige controlerende taak heeft ten opzichte van het college.

Ik heb de heer Wezebeek om opheldering gevraagd over deze kwestie, maar tot op heden geen reactie ontvangen. Kunt u hem verzoeken hierover alsnog duidelijkheid te verschaffen? Het betreft immers een vraag die raakt aan de verhouding tussen raad en college en daarmee aan de kern van het lokale bestuur. De onbeantwoorde brief aan hem kunt u lezen op www.openbrieven.com

  1. De uitgekeerde schadevergoeding van € 250.000

Voorts wil ik uw aandacht vragen voor de aan mij uitgekeerde schadevergoeding van € 250.000. Dit betreft een substantieel bedrag aan gemeenschapsgeld. Zoals ik u eerder heb toegelicht, wees een externe expertise uit dat de schade is ontstaan door het handelen van een door de gemeente ingeschakelde makelaar.

In dat licht lijkt het mij redelijk dat wordt onderzocht of en in hoeverre deze schade op de betreffende partij of diens werkgever is verhaald. Het behoort immers tot zorgvuldig financieel bestuur om te bezien of publieke middelen kunnen worden gerecupereerd wanneer schade door derden is veroorzaakt.

Tegen die achtergrond acht ik het des te belangrijker dat helderheid bestaat over de positie van het college in deze kwestie. Transparantie over de genomen stappen – zowel richting mij als richting eventuele aansprakelijke derden – is hier op zijn plaats.

Ik wil u verzoek hierover vragen te stellen en de kwestie zorgvuldig te onderzoeken.

Ik zie u donderdag 5 maart.

Bart Nibbering