Roosendaal, 16 april 2025
Geachte gemeenteraadsleden,
U bekleedt een bijzondere positie binnen ons lokaal bestuur. Als gekozen volksvertegenwoordigers heeft u drie belangrijke rollen:
-
Volksvertegenwoordiging – U vertegenwoordigt de inwoners van de gemeente Roosendaal. Dat betekent dat u luistert naar signalen uit de samenleving, contact onderhoudt met burgers en hun zorgen serieus neemt.
-
Kaderstelling – U stelt de belangrijkste kaders vast waarbinnen het college van burgemeester en wethouders opereert. U beslist onder meer over beleid, prioriteiten en de besteding van gemeenschapsgeld.
-
Controle – U controleert of het college zijn taken behoorlijk uitvoert en binnen de door u gestelde kaders handelt. Daarvoor kunt u kritische vragen stellen, informatie opvragen en het college ter verantwoording roepen.
Voor het raadslidmaatschap ontvangt u een maandelijkse vergoeding en een onkostenvergoeding. Het is bovendien een functie die een aanzienlijke tijdsinvestering vraagt; landelijk besteden gemeenteraadsleden gemiddeld ongeveer twintig uur per week aan hun raadswerk.
Juist tegenover die positie, bevoegdheden en verantwoordelijkheid staat naar mijn mening de verplichting om serieuze signalen van burgers niet eenvoudig terzijde te leggen.
Indien de gemeenteraad zijn controlerende taak in mijn dossier vanaf het begin serieus, onafhankelijk en consciëntieus had uitgevoerd, is het mijn overtuiging dat de huidige problemen in Roosendaal zich niet in deze omvang hadden hoeven ontwikkelen.
Wat ik als burger zie, is een raad die veel tijd kwijt is aan interne verdeeldheid, partijwisselingen en onderlinge politieke verhoudingen, terwijl juist de kerntaken van vertegenwoordiging en controle daardoor naar mijn indruk onvoldoende aandacht krijgen.
Op 16 april 2025 heb ik u per e-mail benaderd met het verzoek om spreekrecht. In die mail schreef ik onder meer:
“Onderdeel van de afspraken met mij was een geheimhoudingsplicht. Ik heb hierin toegestemd alhoewel het uiteraard heel erg vreemd is. Een overheid is gebaat bij transparant bestuur, burgers behoren te weten waar het belastinggeld aan besteed wordt en ambtenaren die niet integer gehandeld hebben zouden hierop gewezen moeten worden.”
En verder:
“Nu mijns inziens uw gemeente zich weer niet houdt aan de gemaakte afspraken wil ik u e.e.a. wat nader toelichten, en daarna vragen of u burgemeester Buijs en de wethouders wilt vragen mij van de geheimhoudingsplicht te ontslaan.”
Op deze oproep heb ik slechts van één raadslid een reactie ontvangen.
Het betrof een telefonische reactie. Nadat ik dit raadslid vervolgens wees op het handelen van een kantoorgenoot van hem, heb ik ook van hem niets meer vernomen.
Dat vind ik opmerkelijk.
Ik had de gemeenteraad namelijk ook vóór deze e-mail al vragen gesteld en informatie verstrekt over deze kwestie. U beschikte daarmee over informatie waarmee u zelf vragen had kunnen stellen, stukken had kunnen opvragen en het college om uitleg had kunnen vragen.
Geen van u heeft mijn vragen inhoudelijk beantwoord.
Dat is precies waarom ik inmiddels niet alleen vragen stel over het handelen van het college, maar óók over het functioneren van de gemeenteraad als controlerend orgaan.
Het wekt bij mij de indruk dat binnen de gemeente Roosendaal een bestuurscultuur is ontstaan waarin het stellen van werkelijk kritische vragen onvoldoende vanzelfsprekend is geworden. Moeilijke dossiers lijken eerder te worden gemeden dan grondig onderzocht.
Integriteit en transparantie zijn mooie begrippen. Hun werkelijke betekenis blijkt echter pas wanneer een bestuurder of volksvertegenwoordiger bereid is een ongemakkelijk dossier daadwerkelijk open te leggen en te onderzoeken.
Een gemeenteraad behoort geen verlengstuk van het college te zijn. Hij behoort het college te controleren.
Dat geldt bij grote politieke dossiers, maar net zo goed wanneer één individuele burger met documenten komt waaruit mogelijk blijkt dat binnen de gemeentelijke organisatie zaken ernstig zijn misgegaan.
Ik nodig u daarom uit via openbrieven.com kennis te nemen van mijn standpunten en, belangrijker nog, van de documenten waarop ik die standpunten baseer.
Daar vindt u ook mijn uiteenzetting over de geheimhoudingsplicht die in de met mij gesloten vaststellingsovereenkomst is opgenomen.
Mijn standpunt daarover is inmiddels genuanceerder dan voorheen: een geheimhoudingsbeding in een vaststellingsovereenkomst met een overheid is niet per definitie onrechtmatig.
Maar wanneer een dergelijke bepaling betrekking heeft op overheidshandelen waarover ernstige vragen bestaan, mag naar mijn mening wel degelijk worden gevraagd:
Wat wordt geheimgehouden? Waarom? Wie heeft daartoe besloten? En mag een dergelijke bepaling eraan in de weg staan dat mogelijke misstanden of zelfs mogelijke strafbare feiten worden gemeld of onderzocht?
Ik verzoek u daarom opnieuw:
Vraag burgemeester Buijs en het college of zij bereid zijn mij van de geheimhoudingsplicht te ontslaan.
Vraag hun daarnaast inhoudelijk te reageren op de vragen die ik heb gesteld.
En wanneer u van mening bent dat mijn voorstelling van zaken onjuist is: onderzoek mijn beweringen en toon met documenten aan waar ik ongelijk heb.
Dat zou ik volledig respecteren.
Wat ik na al die jaren steeds moeilijker kan accepteren, is stilzwijgen.
U beschikt als gemeenteraad over democratische legitimiteit, controlerende bevoegdheden en instrumenten om informatie te verkrijgen en het college ter verantwoording te roepen.
Gebruik die instrumenten.
Niet voor mij persoonlijk, maar voor iets dat veel fundamenteler is:
een gemeentebestuur waarin inwoners erop kunnen vertrouwen dat ernstige signalen worden onderzocht, fouten worden erkend en overheidshandelen controleerbaar blijft.
Dat is uiteindelijk waar volksvertegenwoordiging en democratische controle voor bedoeld zijn.
Met vriendelijke groet,
Bart Nibbering