OPEN BRIEF AAN MEVROUW INA ADEMA

Commissaris van de Koning in Noord-Brabant

Onderwerp: Wat heeft u sinds november 2023 gedaan met mijn meldingen over de bestuurlijke integriteit van de gemeente Roosendaal?

Geachte mevrouw Adema,

Sinds november 2023 informeer ik u over gebeurtenissen binnen de gemeente Roosendaal die naar mijn mening ernstige vragen oproepen over de bestuurlijke integriteit.

Ik heb besloten onze correspondentie openbaar te maken.

Niet om de lezer te vertellen welke conclusie hij moet trekken, maar juist om hem in staat te stellen dat zelf te doen.

Daarom wil ik in deze open brief zo weinig mogelijk kwalificeren en zoveel mogelijk dateren en documenteren.

De centrale vraag is eenvoudig:

Wat heeft u, als Commissaris van de Koning, gedaan met de informatie die ik u sinds 2023 heb verstrekt?

24 november 2023 – mijn eerste expliciete integriteitsmelding

Op 24 november 2023 vraag ik uw kabinet een bericht aan u door te sturen. Ik schrijf letterlijk dat ik:

“een integriteitsprobleem [wil] melden m.b.t. burgemeester Han van Midden en wethouders in gemeente Roosendaal.”

Ik beschrijf onder meer het volgens mij achterhouden van Woo-stukken, het niet behandelen van klachten, het weigeren van een integriteitsonderzoek en de wijze waarop binnen de gemeente met mijn dossier wordt omgegaan.

Vanaf dat moment wist uw kabinet dus aantoonbaar dat ik niet uitsluitend een financieel geschil of een conflict over een vergunning bij u neerlegde.

Ik meldde uitdrukkelijk een integriteitsprobleem binnen het gemeentebestuur.

1 en 11 december 2023 – ik bied u het volledige dossier aan

Op 1 december vraag ik opnieuw om bevestiging dat mijn melding u heeft bereikt.

Op 11 december stel ik voor dat u iemand naar mij stuurt, zodat ik het volledige dossier kan overleggen en kan toelichten op welke punten ik twijfel aan de integriteit van het gemeentebestuur.

U had dus de mogelijkheid de onderliggende stukken te laten bekijken.

18 december 2023 – verzoek om onafhankelijk onderzoek

Op 18 december ga ik een stap verder.

Ik verzoek u, indien de kwestie niet behoorlijk wordt opgelost, de Rijksrecherche in te schakelen voor onafhankelijk onderzoek. Ik geef daarbij uitvoerig aan welke gebeurtenissen volgens mij onderzocht zouden moeten worden.

Of de Rijksrecherche juridisch gezien de aangewezen instantie was, kan uiteraard ter discussie staan.

Maar één ding niet:

u wist op dat moment dat een burger u vroeg naar mogelijke ernstige integriteitsproblemen binnen een gemeente in uw provincie te kijken.

2025 – ik vraag opnieuw wat u ermee heeft gedaan

Op 23 januari 2025 informeer ik u opnieuw.

Op 17 februari 2025 kom ik opnieuw terug op mijn eerdere verzoek om onafhankelijk onderzoek.

Vervolgens vraag ik in april 2025 om documenten waaruit kan blijken wat u daadwerkelijk met mijn meldingen heeft gedaan: notities, interne besprekingen, meldingen, eventueel overleg met de Rijksrecherche of andere stukken.

Ook een antwoord dat er niets was gedaan, schreef ik, zou voor mij een duidelijk antwoord zijn.

28 juni 2025 – ik meld uiteindelijk úw handelen bij de provincie

Omdat ik nog steeds niet kon vaststellen welke inhoudelijke actie naar aanleiding van mijn meldingen was ondernomen, diende ik op 28 juni 2025 bij provinciesecretaris Guido Derks een melding in over uw eigen handelen of nalaten.

Mijn stelling was inmiddels dat u niet kon volstaan met de mededeling dat u geen bevoegdheid had om in mijn individuele geschil met Roosendaal in te grijpen.

Mijn melding ging immers over iets anders:

wat heeft de Commissaris van de Koning gedaan met concrete signalen over mogelijke bestuurlijke integriteitsproblemen binnen een gemeente?

Op 1 juli bevestigde de provinciesecretaris de ontvangst en liet hij weten dat het Meldpunt Integriteit daarop zou reageren.

5 juli 2025 – mijn melding wordt aanvankelijk anders uitgelegd

Het Meldpunt Integriteit en Weerbaarheid, dossier 2025B06, besluit mijn melding niet in behandeling te nemen.

De redenering is onder andere dat mijn oorspronkelijke geschil met de gemeente Roosendaal door middel van een vaststellingsovereenkomst was beëindigd en dat u niet bevoegd bent die overeenkomst te toetsen, te wijzigen of te ontbinden.

Maar dat was niet mijn klacht.

Dat schrijf ik diezelfde dag terug.

Mijn klacht betreft juist de gebeurtenissen vóór de vaststellingsovereenkomst en de vraag wat u heeft gedaan met de integriteitssignalen die ik u daarover heb verstrekt.

17–24 juli 2025 – ik leg het nogmaals uit

In juli stuur ik opnieuw een uitvoerige toelichting.

Ik leg opnieuw de voorgeschiedenis uit en wijs erop dat u al vóór de vaststellingsovereenkomst informatie van mij had ontvangen.

Mijn vraag blijft dezelfde:

heeft u die informatie als mogelijke bestuurlijke integriteitsproblematiek beoordeeld en, zo ja, wat heeft u vervolgens gedaan?

28 juli 2025 – een cruciaal antwoord van uw eigen Meldpunt

Op 28 juli volgt een veel interessantere reactie.

Het Meldpunt erkent dan expliciet dat mijn melding betrekking heeft op uw handelen of nalaten vóór het sluiten van de vaststellingsovereenkomst.

Het Meldpunt noemt zelfs mijn verzoek van 18 december 2023 om de Rijksrecherche een onderzoek naar de gemeente Roosendaal te laten instellen.

Maar vervolgens schrijft uw eigen provinciale Meldpunt iets dat voor deze open brief essentieel is.

Het stelt dat de Commissaris van de Koning:

“eigenstandig [dient] te beoordelen of en wanneer zij behoort te interveniëren wanneer de bestuurlijke integriteit of bestuurlijke verhoudingen [...] in het geding zijn.”

Precies.

Dat is de kern van mijn vraag.

Uw eigen provincie erkent daarmee dat er wel degelijk een zelfstandige beoordelingsrol bestaat.

Dat sluit bovendien aan bij de officiële omschrijving van uw rijkstaak. De provincie Noord-Brabant vermeldt zelf dat de Commissaris van de Koning adviseert en bemiddelt bij bestuurlijke problemen of integriteitskwesties in een gemeente.

Ook artikel 7b van uw Ambtsinstructie bepaalt dat de commissaris de minister informeert wanneer de bestuurlijke integriteit van een gemeente in het geding is en daarbij tevens informeert over de maatregelen die zij neemt.

Dat betekent niet dat iedere melding automatisch tot ingrijpen of inschakeling van de Rijksrecherche moet leiden.

Maar het betekent evenmin dat bestuurlijke integriteit buiten uw taakgebied valt.

En daarom is mijn vraag inmiddels nog specifieker:

Welke eigenstandige beoordeling heeft u vanaf november 2023 uitgevoerd naar aanleiding van mijn meldingen?

November en december 2025 – ik blijf u informeren

Op 16 november 2025 meld ik opnieuw wat ik beschouw als een bestuurlijke impasse in Roosendaal.

Op 19 december kondig ik aan de correspondentie openbaar te zullen maken.

Vier dagen later, op 23 december, krijg ik namens uw kabinet te horen dat eerder inhoudelijk op mijn berichten is gereageerd, dat nieuwe ontwikkelingen niet tot een andere duiding leiden en dat op toekomstige berichten met vergelijkbare inhoud niet meer zal worden gereageerd.

Daarnaast word ik erop gewezen dat wanneer ik persoonsgegevens van provinciale medewerkers openbaar maak, juridische stappen kunnen worden overwogen.

Ook die brief zal ik publiceren, uiteraard met inachtneming van de daarvoor geldende regels.

De lezer kan dan zelf beoordelen of hij die reactie passend vindt.

2026 – de gebeurtenissen gaan door

Daarmee hield het dossier Roosendaal helaas niet op.

Ook in 2026 heb ik u geïnformeerd over nieuwe ontwikkelingen.

Op 12 september 2026 heb ik u opnieuw gevraagd in te grijpen en onderzoek te bevorderen.

Op 15 september heb ik u opnieuw gewezen op uw bestuurlijke verantwoordelijkheid en op het feit dat u sinds 2023 over een omvangrijke hoeveelheid informatie beschikt.

En daarmee zijn we aangekomen bij vandaag.

Daarom stel ik u nu zes concrete vragen

Mevrouw Adema, na bijna drie jaar correspondentie vraag ik niet meer om een algemene reactie.

Ik verzoek u concreet antwoord te geven op de volgende vragen:

1. Heeft u mijn meldingen vanaf 24 november 2023 beoordeeld als mogelijke signalen dat de bestuurlijke integriteit van de gemeente Roosendaal in het geding kon zijn?

2. Zo ja, welke beoordeling heeft u uitgevoerd, welke informatie heeft u daarbij ingewonnen en welke maatregelen heeft u naar aanleiding daarvan genomen?

3. Heeft u naar aanleiding van mijn meldingen contact opgenomen met de burgemeester, gemeenteraad, gemeentesecretaris of andere functionarissen van de gemeente Roosendaal? Zo ja, wanneer en waarover?

4. Heeft u de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties op enig moment over de door mij gemelde problematiek geïnformeerd? Zo ja, wanneer en met welke strekking?

5. Indien u heeft geoordeeld dat de bestuurlijke integriteit van Roosendaal ondanks mijn meldingen niet in het geding was: wanneer heeft u die beoordeling gemaakt, op welke informatie was die gebaseerd en is die beoordeling schriftelijk vastgelegd?

6. Bent u bereid die beoordeling en de documenten waaruit blijkt welke acties naar aanleiding van mijn meldingen zijn ondernomen openbaar te maken?

Dat zijn volgens mij redelijke vragen.

Ik beweer in deze brief niet dat iedere beschuldiging die ik in de afgelopen jaren heb geuit daarmee bewezen is.

Ik beweer evenmin dat u verplicht was de Rijksrecherche in te schakelen uitsluitend omdat ik daarom vroeg.

Wat ik wél kan aantonen, is dat ik u vanaf november 2023 herhaaldelijk en expliciet heb geïnformeerd over wat ik beschouwde als ernstige integriteitsproblemen binnen het gemeentebestuur van Roosendaal.

Ik kan aantonen wat ik u schreef.

Ik kan aantonen wanneer ik het schreef.

En ik kan uw antwoorden daarnaast leggen.

Dat is precies wat ik op openbrieven.com ga doen.

Ik zal de relevante correspondentie chronologisch publiceren, zodat niet mijn mening maar zoveel mogelijk de oorspronkelijke documenten het verhaal vertellen.

U krijgt daarbij vanzelfsprekend dezelfde ruimte.

Wanneer u bovenstaande zes vragen inhoudelijk beantwoordt, zal ik uw antwoorden integraal of duidelijk herkenbaar bij de betreffende onderdelen van de tijdlijn plaatsen.

Daarna kan iedere lezer zelf beoordelen hoe mijn meldingen zijn behandeld en hoe het provinciale toezicht op bestuurlijke integriteit in deze zaak heeft gefunctioneerd.

Na bijna drie jaar correspondentie lijkt mij dat de eerlijkste manier om deze discussie te voeren.

Met vriendelijke groet,

Bart Nibbering